Ik heb net even teruggezocht (reuze handig dit log!) hoe lang we Gerrit nu hebben. Hij kwam op 28 juni de tuin in gewaggeld, nu dus vierenhalve maand geleden. Sindsdien is er eigenlijk weinig veranderd aan zijn gedrag; hij trilt, zit urenlang rustig op hetzelfde plekje en af en toe wandelt hij naar zijn bakjes met eten en drinken. Zijn vaste zitplek is wel veranderd. In het begin zat hij op een tak die net boven de grond ligt. Tegenwoordig heeft hij het iets hogerop gezocht en is hij verhuisd naar de kasseien. Met een klein klimhupje klautert hij van de onderste steen op de steen die er bovenop ligt om vervolgens door zijn pootjes te zakken en lekker te zitten dagdromen.

Gerrit is een makkelijk beestje. Hij vindt alles best, is vrijwel nergens bang voor en als hij al eens iets hoort of ziet wat hij eng vindt dan draait hij zich gewoon om zodat hij met zijn blinde kant naar die boze buitenwereld zit om vervolgens weer door zijn pootjes te zakken en rustig verder te dromen
.
Ook qua eten is hij erg makkelijk. Hij eet alleen tortelduivenzaad. Duivengrit en gemalen oesterschelpen die zo broodnodig zouden zijn voor een goede spijsvertering blijven onaangeroerd. Het dagelijkse bakje vers water is meer voor het idee dan dat dit voor hem echt hoeft.
Gerrit blijkt een behoorlijk slim vogeltje te zijn. Het voer en waterververs ritueel in het oude kleine hokje waar hij zat was niet zo spannend. Hetzelfde ritueel in de grote ren waar Voske zit, is andere koek. Daar banjer ik in mijn gele klompen rond met mijn handen vol eten en drinken. Aangezien Gerrit op de grond woont en precies in het pad zit waar ik moet lopen om bij Voske’s eten en badje te komen, moet hij elke keer aan de kant. De eerste dagen probeerde hij mijn klompen nog te ontwijken door zich om te draaien maar al snel begreep hij dat hij beter een andere schuilplaats kon zoeken. Nu springt hij al van zijn steen af op het moment dat ik het deurtje open doe. Op zijn karakteristieke rustige manier wandelt hij dan tussen de plantjes en onkruid door naar een beschut hoekje onder de wietplant.

Wanneer ik de ren uitga komt hij weer tevoorschijn en kuiert terug naar zijn vaste stekje:

Tja, het is een vogel met gebreken en je hebt er eigenlijk niks aan maar hij is zooo aandoenlijk
Gerrit is zo’n lief grappig klein frommeltje dat je bijna niet anders dan met vertedering naar hem kunt kijken.